door Bertus Bouwman (reacties: 0)

Tone: Koppige kleine broer

 

Nederland zou een heel goede deelstaat van Duitsland kunnen zijn, misschien wel de beste. We zouden na Noordrijn-Westfalen de dichtst bevolkte deelstaat van Duitsland zijn. Daar wonen er 17,6 miljoen, 'wij' zijn met 16.835.784 man. Minister-president Rutte zou op gelijke voet komen met zijn collega Hannelore Kraft. Ze konden het samen al goed vinden, zo bleek afgelopen maand bij een bezoek van de premier aan Essen.

Maar Nederland is natuurlijk veel meer dan een leuke deelstaat ten westen van Duitsland. Het is met de Rotterdamse haven de poort voor de handel met Azië en Zuid-Amerika. Want de grootste schepen komen niet of nauwelijks door de ondiepe Elbe. Als over een paar jaar de Betuwelijn ook nog eens aan de Duitse zijde is doorgetrokken, dan lijken Hamburg en Bremen bijna overbodig. De route naar binnenhaven Duisburg daarentegen is al wel een zeer succesvolle verbinding met Nederland.

Gewilde onderdelen
Minister Frans Timmermans herhaalde het vorige week op bezoek in Berlijn tegen zijn Duitse collega van Buitenlandse Zaken Steinmeier vol trots. Wist je dat van elke Duitse auto een kwart van Nederlandse makelij is? Steinmeier grinnikte, het cijfer is namelijk nooit bewezen. Maar het zou best eens een eind richting de waarheid kunnen gaan. In Brabant en Limburg zitten flinke clusters toeleveranciers voor de Duitse auto-industrie. De Nederlandse onderdelen zijn zeer gewild.

Bij Opel en BMW wordt de huisstijl tegenwoordig bepaald doorNederlandse designers. Universiteiten aan beide kanten van de grens weten elkaar steeds beter te vinden. Een paar weken geleden liet de Nederlandse landbouw zich van zijn beste kant zien tijdens de Grüne Woche, het was het eerste land waar de Duitse minister van Landbouw een bezoek bracht.

Hoge pieten
Bij Duitse bedrijven bekleden vele Nederlanders hoge posten. Denk aan Peter Terium bij energiereus RWE, Rolf Habben-Jansen staat aan het roer bij de Hamburgse rederij Hapag-Lloyd. En hij is bepaald niet de enige Nederlander in de havenstad op een bestuurlijke functie. Ook bekend is Marijn Dekkers, de topman van chemieconcern Bayer.

Tel daarbij op dat Nederlanders bijzonder graag in Duitsland op vakantie gaan. De Tros zendt tegenwoordig een serie uit die de Nederlandse vooroordelen over het buurland onderzoekt. Oud-Volkskrantcorrespondent Merlijn Schoonenboom schreef zelfs een boek over de hernieuwde Nederlandse liefde voor de Duitsers.

De voetballers uit Beieren wervelen over de velden als waren het jongetjes uit de Hollandse voetbalschool, prevelen de Nederlandse commentatoren niet zonder afgunst. De Groninger Arjen Robben wordt voor het gemak ook maar verhollandst. Want als het in de Randstad uitkomt, dan hoort ook Groningen er bij.

Met de rug naar elkaar
De opsomming is nog een stuk verder aan te vullen. Jazeker, Nederlanders en Duitsers weten elkaar steeds beter te vinden. Maar het citaat van Harry Mulisch is ook nog altijd waar: “De Nederlanders en de Duitsers staan rug aan rug tegen elkaar geleund, zij voelen elkaars warmte, maar de Nederlanders kijken naar het westen, over de eindeloze zee, de Duitsers naar het oosten, over de eindeloze steppen.”

Burgemeesters in de grensstreek met Duitsland luiden de alarmklokken opdat Den Haag zou horen dat het onderwijs in de Duitse taal niet mag worden afgezwakt in het mbo en het voortgezet onderwijs. Want inderdaad, Nederlanders op bezoek in Berlijn, ze communiceren louter nog in het Engels. Alsof het Duits een besmette of een moeilijke taal is.

Koppige bewondering
De bewondering ontluikt nu de Duitse economie blinkt. Dat willen we in Nederland ook wel. De dwarse arrogantie van het kleine broertje aan de Noordzeekust met de grote mond smelt langzaam weg voor verwondering. Maar dat neemt de ingebakken koppigheid niet weg.

Zou Nederland dan een Freistaat kunnen zijn binnen Duitsland? Net zo raar en koppig en eigenzinnig als die rare hoedjes in Beieren? Theoretisch zou het kunnen. Maar de Hollandse liefde voor Duitsland zal het wel afleggen tegen de vrijheidsdrang van de kaaskoppen in de delta.

Het leidt er hoogstens toe dat de drempels lager worden. Dat de werklozen in Emmen of Oost-Groningen makkelijker aan een baan kunnen worden geholpen net over de grens. Dat ondernemers nieuwe markten zien. Dat de Nederlanders zelf weer een beetje moeite gaan doen om de Duitse taal te kunnen spreken en de cultuur te begrijpen.

Grote broer
De vraag is ook of de Duitsers überhaupt wel op een zeventiende deelstaat zitten te wachten. De Nederlanders? Daar moeten ze vaak een beetje om lachen. Dat zijn toch die mensen die zo leuk voetballen maar er nooit succes mee hebben? Het zijn de goedmoedige grappen van een grote broer.

Om in de beeldtaal van Mulisch te blijven: nu de warmte tussen de buren weer een beetje voelbaar is, zouden ze minstens elkaar even over de heg kunnen groeten of zelfs de hark uitlenen. Een echte Duitser zou Johann Wolfgang von Goethe citeren: “Warum in die Ferne schweifen, wenn das Gute doch so nah ist?”

 

Dit was mijn laatste bijdrage voor Tone, dit initiatief is helaas ter ziele gegaan.

Ga terug

Reactie toevoegen